
vraag:
mijn zoontje wordt over twee maanden zes jaar. Hij is vanaf zijn derde jaar goed zindelijk, maar ´s nachts geeft het nog de nodige problemen. Hij vindt het verschrikkelijk als zijn bedje weer nat is geworden. We hebben alle bekende tips reeds uitgevoerd. Omdat hij bijna zes is, wilt hij ook geen luierbroekjes meer aan tijdens het slapen. Ik weet dat het waarschijnlijk vanzelf over gaat en ik maak me geen zorgen, maar ik ben toch benieuwd of jij hier raad mee weet.
Layla:
Een goede vraag wat de oorzaak van bedplassen kan zijn, bekeken vanuit een hele andere invalshoek. Ik kan wel een brug maken naar de reguliere theorie als we spreken over mogelijke oorzaken van het bedplassen. Dan in het bijzonder de volgende theorie:
de hersenen geven niet door dat de blaas vol is en dat het tijd is om wakker te worden
het lichaam is ´s nachts in rust toestand en de communicatie vindt niet op het juiste moment plaats
Met deze twee mogelijke oorzaken van het bedplassen in je achterhoofd, wil ik je graag de theorie vanuit de spirituele invalshoek meegeven.Kinderen hebben in hun eerste levensjaren -tot een jaar of 7- makkelijk toegang tot ´een andere werkelijkheid´. Ze praten bijvoorbeeld over de toestand voor hun geboorte (´vroeger toen ik groot was´. ´toen ik een andere mama had´) en ze kunnen soms entiteiten, geesten of onzichtbare vriendjes waarnemen. Flarden herinneringen aan vorige levens worden soms tijdens de slaap in dromen verwerkt.
Doordat kinderen toegang hebben tot een andere werkelijkheid, komt onbewuste uittreding van het lichaam tijdens het slapen best vaak voor.
Bij een uittreding – ook wel buitenlichamelijke ervaring genoemd – blijft het fysieke lichaam achter; datgene wat buiten het lichaam treedt is het ´astraallichaam´. Dit astraallichaam, of fijn-stoffelijk lichaam, lijkt op het fysieke lichaam maar voelt veel fijner aan, is dus fijner van stof. Kinderen geven dit vaak een eigen benaming: mijn tweede ik , mijn (energie)wolk, mijn geestlichaam etc.
Tijdens een uittreding bevindt zich tussen het fysieke- en het astraallichaam een spiraalvormige energieverbinding: meestal in de kleuren zilver, goud of geel. Volwassenen spreken geregeld over een zilveren koord. Kinderen hebben het bijvoorbeeld over mijn snoer, een springtouw, koordje of een elastiek.
Beginstadia van prettige uittredingen tijdens het slapen zijn lucide of heldere dromen. Bij een lucide droom is de dromer zich ervan bewust dat hij droomt, bij vliegdromen droomt hij te kunnen vliegen door wapperen met armen, van iets hoogs afspringen, een glijvlucht maken etc. Een volledige uittreding wordt meestal gekenmerkt door tintelingen in het lichaam, geruis in oren, een suizend gevoel bij hoofd of nek en een trekkend gevoel: iets wil het lichaam verlaten. Tijdens uittredingen ontstaat een zeer prettig gevoel van gewichtloosheid, het gevoel te zweven of vliegen, kunnen voortbewegen op gedachten(kracht). Ik heb twee ikken, met een ervan ga ik op reis, ik stuur gewoon met mijn denken.
Obstakels vormen geen belemmering. Kinderen hebben het gevoel dwars door ramen, deuren en muren heen te kunnen vliegen. Het tempo, langzaam of snel, wordt zelf bepaald. Een uittreding kan dichtbij plaatsvinden – naar andere vertrekken van het huis – , maar ook verder weg: naar andere dorpen, steden, landen: zelfs hoog boven de aarde of in andere dimensies.
Wanneer het astraallichaam terugkeert in het fysieke lichaam kan een schok(je) worden ervaren. Zoals kinderen soms zeggen: een boem, boing-daar ben ik weer. Daarna slapen ze verder of worden gewoon wakker. Als ouder herken je misschien dat je kindje buitengewoon diep slaapt en praktisch niet wakker te krijgen is. Bij het wakker worden duurt het soms ook geruime tijd voordat je kindje er weer helemaal is.
Bij heel diep slapen en moeilijk wakker worden ligt de concentratie eveneens niet op de blaasfunctie of waarschuwende lichaamssignalen. De aandacht is volledig gericht op het dromen of ervaren van een spontane uittreding. Net zoals kinderen overdag wel eens ‘ vergeten’ te plassen in het vuur van hun spel. Een droom of uittreding kan zo leuk of spannend zijn, dat hun aandacht alleen daar naar uit gaat. Het nachtelijk spel stoppen om met het astrale lichaam terug te keren naar het fysieke, waarvan de blaas vol is, is minder interessant of het wordt gewoonweg genegeerd.
Leer je kindje zijn uittredingsmechanisme goed te hanteren. Dit klinkt misschien ingewikkeld, maar is heel simpel toe te passen. Vraag -vlak voor het slapen gaan- of je kindje zijn aandacht voor een deel willen richten op hun lichaam in bed en voor een deel op het dromen/vliegen. De juiste aandachtverdeling geeft controle over beide zaken : dromen en tijdig plassen. Door er simpelweg aan te denken, kan je kindje zijn lichaam in de gaten houden: dit verloopt via de energieverbindingslijn tussen astraallichaam en fysiek lichaam. Een blaas die vol raakt, zendt signalen uit naar de blaasspieren. Deze lichaamssignalen worden via ’ het koord ‘ doorgegeven aan het astraallichaam. Na ontvangst van dit ‘ bericht ‘ kunnen kinderen besluiten, (tijdelijk) uit hun (vlieg)droom terug te keren in hun lijf en voldoende wakker te worden, om op tijd hun blaas te legen. Marianne Notschale heeft een geweldig boekje geschreven speciaal aansluitend op deze
Plaswekkers die een alarmsignaal afgeven bij de eerste urinedruppel, kunnen als hulpmiddel dienen. Toch zijn de meeste kinderen in staat zelf hun aandacht te verdelen tussen uittreden met het astraallichaam en wat er tegelijkertijd in hun fysieke lichaam gebeurt. De menselijke geest is een prachtig, doeltreffend -gratis- middel.
Dit artikel is gebaseerd op de tekst die hoort bij het boekje ‘Koen de Wolkenvlieger’ van Marianne Notschaele (c) RHA Publishing, zie http://vorigelevens.nl
You must be logged in to post a comment.